
Kosteloze grondafstand en (toekomstige) aanleg openbaar domein noodzaakt geen beslissing over de zaak der wegen
In casu is sprake van de oprichting van een appartementsgebouw met verschillende geveluitsprongen voorbij de rooilijn op verdiep. Er wordt voorzien in een kosteloze grondafstand, waarbij uit het aanvraagdossier en de inplantingsplannen duidelijk blijkt dat het voetpad in rode klinkers wordt aangelegd en voorbij de rooilijn ligt. De aanvraag voorziet dus ook in de aanleg van een voetpad volgens de verzoekende partijen. De verwerende partijen betwisten dat uitsprongen op verdiep niet kunnen worden beschouwd als constructies op een stuk grond dat door een rooilijn zijn getroffen. Wel wordt een omgevingsvergunningsvoorwaarde opgenomen die voorziet dat een gedeelte van het perceel kosteloos moet worden overgedragen.
Beoordeling beroep inzake zaak der wegen is allesomvattend
Artikel 25, § 2, 1°, van het gemeentewegendecreet kent de Vlaamse regering de bevoegdheid toe het besluit van de gemeenteraad tot opheffing van een gemeenteweg te vernietigen “wegens strijdigheid met dit decreet”, daaronder verstaan het gemeentewegendecreet. De door deze bepaling toegekende toetsingsbevoegdheid strekt zich uit tot alle artikelen van het gemeentewegendecreet en is niet beperkt tot de daarin “in het bijzonder” vermelde doelstellingen en principes, noch is er enige grond voor de in de laatste memorie van de eerste verwerende partij geopperde stelling dat die bevoegdheid zich zou dienen te beperken tot “de procedurele aspecten”.
Gemeenteraadsbeslissing over zaak der wegen moet kunnen worden hersteld na vernietiging in graad van beroep
Hieruit volgt dat de automatische weigering van een omgevingsvergunning in administratief beroep na de vernietiging van de gemeenteraadsbeslissing in graad van beroep de artikelen 10 en 11 van de Grondwet schendt. Het Hof steunt zich hiervoor op onder meer de bedoeling om de subsidiariteit en de administratieve vereenvoudiging te vrijwaren.
Dit zou anders afbreuk doen aan de autonome beslissingsbevoegdheid van de gemeenteraad.
Raad van State niet bevoegd voor de beslissing omtrent 30 jaar (on)gebruik gemeenteweg
De beslissing om een grondstrook in overweging te nemen kan worden aangevochten bij de Raad van State. Zodra er effectief standpunt wordt ingenomen over het dertig jarig gebruik, dient de burgerlijke rechter te worden gevat.
Ook tiny houses moeten gelegen zijn aan een voldoende uitgeruste weg
De Raad concludeert dan ook dat de vereiste van de ligging aan een voldoende uitgeruste weg niet evolutief kan worden geïnterpreteerd, zelfs niet in het licht van het ‘relatief nieuwe concept’ van tiny houses.
Ook het wijzigen van een feitelijke rooilijn noodzaakt een voorafgaandelijke gemeenteraadsbeslissing over de zaak van de wegen
De Raad bevestigt verder dat elke aanpassing van de breedte van de bedding van de weg een wijziging van de weg vormt. Ook voor de aanleg van het nieuw stukje fietspad, dat geen deel uitmaakt van de brugconstructie, wordt een voorafgaandelijke beslissing van de gemeenteraad over de zaak der wegen noodzakelijk geacht.